Data Actions: je eigen API als tool
Maak van een endpoint dat je al hebt iets wat de assistent kan aanroepen.
Data Actions is bedoeld voor wat je klanten vragen en geen document kan beantwoorden: "waar is mijn bestelling?", "hoeveel liggen er nog in het magazijn?", "is mijn lidmaatschap nog actief?". Het antwoord zit in je eigen systeem, achter een API. Een Data Action is dat endpoint, één keer beschreven, zodat de assistent het midden in een gesprek kan aanroepen en met het echte getal kan antwoorden.
Tip: Geen eigen API? Sla deze pagina over. De assistent is ook zonder compleet — dit is voor teams waarvan de systemen al HTTP spreken.
Het verschil met API Connections#
Beide geven de assistent tools; het verschil zit in wie de server draait. API Connections koppelt een MCP-server die al bestaat en zijn eigen tools aanbiedt. Data Actions is voor als zo'n server er niet is: je beschrijft je endpoints hier en Pommy biedt ze als tools aan de assistent aan. Heeft je API een OpenAPI-document, dan hoef je niets met de hand te beschrijven — importeer het en de endpoints komen als groep binnen.
Groepen en acties#
Acties staan in groepen. Een groep is één systeem — "Order-API", "Magazijn" — met een eigen basisadres en, als dat nodig is, een eigen authenticatie. Daarbinnen is elke actie één endpoint: een naam die de assistent ziet, een beschrijving van wanneer hij hem gebruikt, de methode en het pad, en de parameters. Schrijf de beschrijving voor de assistent, niet voor een developer: het is het enige wat hem vertelt *wanneer* deze actie de juiste is.
Een actie toevoegen#
- Maak een groep aan
Open Data Actions in het linkermenu en maak een groep aan voor het systeem dat je koppelt. Geef het basisadres op en voeg hier de inloggegevens toe als de API die nodig heeft — ze worden bij de groep bewaard, niet per actie herhaald.
- Voeg acties toe, of importeer ze
Voeg endpoints één voor één toe, of gebruik Import from OpenAPI en laat Pommy het document lezen. Geïmporteerde acties komen uitgeschakeld binnen, zodat je ze kunt nakijken voordat er iets live gaat.
- Zet aan wat de assistent mag gebruiken
Elke actie heeft een eigen schakelaar, en de groep ook. Zet alleen aan wat deze assistent echt nodig heeft — een actie die uit staat, is voor hem onzichtbaar.
Acties die moeten weten wie er vraagt#
Sommige antwoorden zijn persoonlijk — een bestelling hoort bij één klant. Je kunt een groep markeren als identiteit vereist, en dan draaien de acties ervan alleen als het gesprek een geverifieerde bezoeker heeft. Zo voorkom je dat een vreemde naar de bestelling van iemand anders vraagt.
Let op: Een Data Action draait op je live systeem, met de inloggegevens die je de groep hebt gegeven. Begin met endpoints die alleen lezen; voeg iets wat schrijft pas toe als je hebt gezien dat de leesacties goed werken.
Testen#
Stel na het inschakelen van een actie de vraag die een klant zou stellen — in de widget, in hun woorden, niet met de naam van het endpoint. Antwoordt de assistent vanuit je systeem, dan doet de beschrijving haar werk. Negeert hij de actie, dan ligt het meestal aan de beschrijving: zeg duidelijk welke vraag de actie beantwoordt en wanneer hij hem moet gebruiken.